In mijn zeventiende poll kreeg Portret van een man de meeste stemmen. Ik mocht dus weer aan de Literatuur en dat is heerlijk, maar ik moet bekennen dat ik een beetje schrok toen ik zag dat het boek 367 bladzijden telt. Bovendien begon het niet meteen heel boeiend. Jens Christian Grøndahl schrijft geen spannende verhalen waarbij je op het puntje van je stoel zit. En toch wilde ik steeds doorlezen… Hoe kan dat?
De hoofdpersoon krijgt nergens in het boek een naam, zelfs niet als iemand anders zich aan hem voorstelt en ik verwacht dat hij dan ook wel zijn naam zal zeggen. Als oude man kijkt hij terug op zijn leven. Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel is hij achttien jaar, in het tweede midden veertig en tot slot kijkt hij terug op zichzelf rond zijn zestigste verjaardag. Maar in het tweede en derde deel kijkt hij ook weer terug op eerdere gebeurtenissen in zijn leven. Het is dus bepaald geen chronologische vertelling, maar er zijn wel stukken waarbinnen ik wil weten hoe het verdergaat. Al gaat het toch vooral om de mooie schrijfstijl en de manier waarop de hoofdpersoon zijn leven probeert te duiden. Vrouwen staan daarin centraal: Verder lezen





Blokken, Knorrende beesten, Bint – F. Bordewijk (1931, 1933, 1934)
Ik kom eraan – Imre Dietz (2011)