Het parfum – Patrick Süskind

In de achttiende eeuw leefde in Frankrijk een man met een bijzonder goede neus. Jean-Baptiste Grenouille werd geboren uit een viswijf dat hem onder de viskraam liet liggen, net als haar andere vier kinderen, die dit niet overleefden. Maar deze baby gaf een schreeuw en werd naar het klooster gebracht. Hij versleet diverse minnen, waarvan de laatste pas kon duiden wat haar niet beviel: het kind had geen geur… Zo begint dit sprookjesachtige verhaal van Patrick Süskind. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1985 en is inmiddels zo bekend dat ik het wel een klassieker kan noemen. Ik verwachtte er dan ook heel wat van.

Verder lezen

Elegant als een egel – Muriel Barbery

Bij mijn vijfde poll kreeg Elegant als een egel van Muriel Barbery de meeste stemmen. Vlak daarna schreef Bettina op haar blog over dit boek en daarin waarschuwde ze voor een taaie start. Ik zag er wel een beetje tegenop om te beginnen, maar wilde dit boek graag uitlezen, omdat het uit de poll was gekomen.

Het begint met een filosofische verhandeling door conciërge Renée Michel. Ze beheert een chic appartementencomplex en neemt aan dat de rijkelui een bepaald beeld hebben van conciërges, waar zij aan probeert te voldoen. Maar stiekem leest ze liever Russische literatuur en boeken over filosofie dan dat ze platte televisieshows kijkt. De hoofdstukken worden afgewisseld tussen mevrouw Michel en de twaalfjarige Paloma. Zij woont ook in het complex, met haar ouders en haar zus. Ze is hoogbegaafd en daardoor filosofeert ze er net zo op los als de conciërge, maar dan over de zin van het leven. Verder lezen

De voorlezer van 6:27 – Jean-Paul Didierlaurent

Toen ik een paar dagen ziek thuis was, had ik behoefte aan een licht boek, zowel letterlijk als figuurlijk. De voorlezer van 6:27 van Jean-Paul Didierlaurent leek wel aan die eis te voldoen. Ik had het boek gewonnen bij een actie op de blog van Anneke, dus er stond een splinternieuw exemplaar in mijn kast te wachten.

Guylain Vignolles werkt in een fabriek waar hij een enorme machine bedient die oude boeken verwerkt tot pulp. Hij vindt zijn werk verschrikkelijk. Bij het schoonmaken van de machine redt hij altijd een paar bladzijden om voor te lezen in de trein, die hij elke werkdag om 6:27 neemt. Zijn medereizigers luisteren er graag naar, al leest hij niet speciaal voor hen. Ik vraag me af waarom ze het zo waarderen. Zou het zijn stem en voordracht zijn? Aan een spannend verhaal kan het niet liggen, want Guylain leest willekeurige bladzijden uit willekeurige boeken. In het begin heb ik niet zo’n zin om die fragmenten te lezen, maar ik ontdek al snel dat het vermakelijke stukjes zijn.

De voorlezer van 627

Verder lezen