Bij de eerste zinnen van Verre jaren ben ik al helemaal onder de indruk. Wat waanzinnig mooi geschreven! Twee veellezers raadden me deze autobiografische serie van zes boeken aan, omdat het zo prachtig is. En ze hebben gelijk. In dit eerste deel beschrijft Konstantin Paustovski zijn jeugd in Rusland rond 1900. Het lijkt wel een soort sprookjeswereld met betoverende landschappen. Er zijn excentrieke ooms en tantes, zoals de oom die wereldreiziger is en de fantasie van de kleine Kostik op hol doet slaan. Het is heerlijk om te lezen hoe de jongen de wereld om zich heen observeert.
Als Paustovski zestien jaar is, wordt zijn vader ontslagen en het gezin valt uit elkaar. Eerst woont hij een tijdje bij zijn oom en tante, maar hij wil terug naar zijn oude gymnasium. Dus hij zal voortaan voor zichzelf moeten zorgen door bijlessen te geven. Ondertussen is hij ook gewoon een scholier die geintjes uithaalt met docenten, waar hij tegelijkertijd ook ontzag voor heeft. Paustovski blijft een dromer, die enorm geniet van literatuur en theater. Verder lezen
