Glazuur – Lisette Jonkman

Verkikkerd was zo ontzettend leuk dat ik mij erg verheugde op Glazuur, de eerste roman die Lisette Jonkman schreef. In 2011 won ze er de Chicklit Schrijfwedstrijd mee. Lisettes schrijfstijl is zo meeslepend dat je het lezen van haar boeken wel goed moet timen. Het is namelijk onmogelijk om er langer dan een paar dagen over te doen en de tweede helft moet persé in één ruk uitgelezen worden.

Glazuur gaat over Sophie, die bij een reclamebureau werkt. Ze krijgt de meeste klussen opgedragen door Karlin, die zich vreselijk bazig gedraagt. Toch waren ze vroeger dikke vriendinnen en zou Karlin nergens zijn zonder Sophie. Karlin kan namelijk niet spellen en dat is nogal onhandig als je copywriter bent. Eigenlijk zou Sophie de copywriter moeten zijn, maar toen Karlin en Sophie tegelijkertijd op dezelfde baan solliciteerden, is er iets gebeurd dat geheim moet blijven. Karlin heeft een relatie met collega Rein. Sophie vindt hem erg leuk, maar ja, hij is bezet. Dus moet ze stiekem zwijmelen als ze in zijn blauwe ogen kijkt.

Sophie heeft vaak pech.  Doordat ze zo’n laag salaris heeft, woont ze in een heel klein flatje met schimmel op het douchegordijn. Ze is een avondmens en komt elke dag brak op haar werk, met een mislukt kapsel en oude onelegante kleding. Maar bovenal is Sophie een enorme kluns, die regelmatig koffie morst over een collega of struikelt over haar eigen voeten. Gelukkig kan ze altijd naar haar beste vriendin Sanne bellen, die haar komt redden als het allemaal te erg wordt.

download (28)

Eigenlijk is alles in Glazuur zwaar overdreven. De meeste personen zijn als karikatuur neergezet. Collega dikke Jikke is niet een beetje te zwaar, maar ze weegt bijna tweehonderd kilo en hult zich het liefst in een knalroze gewaad. Sophie heeft niet één keer een fout vriendje, maar ze valt altijd jongens waar iets mee blijkt te zijn. En ze loopt elke dag rond met verwassen kleding en een vogelnestkapsel.

Het is dus eigenlijk best wel onrealistisch, maar dat maakt helemaal niet uit. Sophie is zo klunzig dat ik automatisch dacht: dan valt mijn onhandigheid nog wel mee. En mijn eigen collega’s zijn geweldig vergeleken met degenen waar Sophie het mee moet stellen. Dit boek helpt dus om je eigen leven te relativeren. Maar bovenal leest het ontzettend lekker weg en zit er heel veel humor in.

Verkikkerd is iets minder overdreven en nog grappiger. Daarom heb ik echt zin om het vervolg Verslingerd te gaan lezen, maar dat bewaar ik nog even, bijvoorbeeld voor als ik een leesdip heb. Of als ik een keer een hele dag vrij heb, om het dan in één ruk uit te lezen.

Als ik de liefde niet heb – Eva van Esch

Het eerste verhaal in deze bundel maakt meteen indruk. Een jonge vrouw moet haar geliefde begraven. Bij de uitvaart zijn twee onbekende dames aanwezig die zij meteen classificeert als minnaressen van haar overleden man. De gevoelens van de vrouw worden niet expliciet gemaakt, maar komen toch vlijmscherp binnen. Ik voel de pijn met haar mee en zie de taferelen zo voor me. Ook bij het tweede verhaal zie ik het helemaal voor me gebeuren. Deze keer gaat het over schoonzussen, waarbij de concurrentie en het venijn er vanaf spatten. Het zijn typische vrouwenverhalen en daardoor totaal anders dan de vorige verhalenbundel die ik las, van Etgar Keret.

download (26)

Er zijn ook verhalen waarin de ik-persoon een man is, dan moet ik even omschakelen. Dat kost moeite. De verhalen met een vrouwelijke hoofdpersoon lijken beter te kloppen. De typische hoofdpersoon is een jonge vrouw die totaal anders in het leven staat dan ik. Dat maakt het interessant, want ik vind het boeiend om in de gedachten te kruipen van iemand die heel anders denkt. Het is één van de belangrijkste redenen dat ik graag boeken lees. Ik greep dan ook steeds weer naar dit boek om dan een paar verhalen achter elkaar te lezen.

Terugkerende elementen zijn seks, vreemdgaan en oudere mannen. Daarom denk ik dat deze verhalen goed zouden passen in een damestijdschrift, zoals Flair, Viva of Linda. Ze zijn wel van een hoger literair niveau dan wat je doorgaans in die bladen tegenkomt. Bovendien zijn dit geen feel-good verhalen. Ze gaan vooral over de imperfectie van liefdesrelaties en de twijfels die daarbij horen.

Ik vind het een goed idee om voor een eerste verhalenbundel een thema te kiezen, maar Eva van Esch kan vast ook prima over andere onderwerpen schrijven. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt en hoop dan ook dat het niet bij dit debuut zal blijven.

Karakter – F. Bordewijk

Ik hoor mijn lerares Nederlands nog enthousiast vertellen over Katadreuffe, de hoofdpersoon van Karakter. Toch heb ik indertijd gekozen voor Bint, waarin Bordewijk over een leraar schrijft. Toen een vriendin haar boekenkast aan het opruimen was, kreeg ik een oud exemplaar van Karakter van haar uit 1953, dat is vijftien jaar nadat het voor het eerst was uitgegeven. Inmiddels stond het alweer een tijdje in mijn kast… totdat Sandra besloot om in augustus met een heleboel bloggers klassieke literatuur te gaan lezen. Dat leek mij een goede gelegenheid om dit boek eindelijk eens te gaan lezen. Verder lezen

Pogingen iets van het leven te maken – Hendrik Groen

Hendrik Groen (83 1/4 jaar) woont in een bejaardentehuis in Amsterdam-Noord. In tegenstelling tot zijn medebewoners probeert hij niet te zeuren, maar benadert hij het leven het liefste met een kwinkslag. In 2013 heeft hij bijna elke dag een stukje in zijn dagboek geschreven, wat heeft geleid tot dit boek.

19951_537a0e68e2d5c_19951

Hendrik praat niet veel, maar observeert goed. Hij maakt graag grappen, samen met zijn ondeugende vriend Evert. In het tehuis zitten gelukkig niet alleen maar zeurende oudjes, maar ook zielsverwanten. Zij willen proberen te genieten van elke dag die ze nog hebben. Daarom richten ze de club Omanido (Oud-maar-niet-dood) op. De club bestaat uit zes leden die om de beurt een uitje organiseren, wat door de overige bewoners vooral met jaloezie wordt bekeken. De clubleden hebben zelf de grootste lol. De overeenkomst tussen alle uitjes is dat er alcohol bij wordt gedronken en dat de clubleden vrolijk weer thuis komen.

Hendrik schrijft ook over de actualiteit in het jaar 2013 en dan met name de dingen die de bewoners aan tafel bespreken, zoals de ouderenpartij 50plus en bezuinigingen op de AOW. Maar ook de verkiezing van een nieuwe paus en de kroning van koning Willem-Alexander. De oudjes hebben daar zo allemaal hun mening over. Het gaat natuurlijk ook over de bezuinigingen in de ouderenzorg. Het is duidelijk dat de bewoners zorg nodig hebben, maar men wordt gestimuleerd om langer thuis te blijven wonen. Dat veroorzaakt onrust bij de mensen, ondanks dat ze veel klagen over de diensten van het tehuis.

Ouderen hebben natuurlijk kwaaltjes en kwalen. Ook de leden van Omanido krijgen daarmee te maken. Ze helpen elkaar waar ze kunnen en het is ontroerend om dat te lezen. Hendrik is af en toe wel van slag als er weer een tegenvaller te incasseren valt. Het is bijzonder om te lezen hoe humor kan helpen om toch door te zetten. Zo merkt de beginnend dementerende Grietje op: “Met een beetje geluk geloof ik volgend jaar weer in Sinterklaas!”

Ik heb regelmatig zitten gniffelen of gewoon heel hard gelachen om de grappige beschrijvingen van Hendrik Groen. Het leven in een bejaardentehuis is niet zo spannend, maar hij pikt er de mooiste anekdotes uit en de grappen van vriend Evert zijn hilarisch. Het dagboek van Hendrik Groen is een ontzettend leuk boek geworden.

Tonio – A.F.Th. van der Heijden

Laatst kreeg ik een overlijdensbericht van iemand die ik lang had gekend. In de uren erna kwamen vanzelf allerlei herinneringen aan haar naar boven. Ik besloot om ze op te schrijven en naar de nabestaanden te sturen, zodat ze het wellicht ooit konden lezen, maar ook omdat ik zelf mijn gedachten kwijt wilde aan het papier. Op zo’n moment lijkt de wereld even stil te staan.

Hetzelfde gebeurt bij schrijver Adri van der Heijden, maar dan in het groot. Op een mooie Pinkstermorgen staan twee agenten voor de deur van Adri en zijn vrouw Mirjam, met het bericht dat hun enige zoon Tonio na een verkeersongeluk in kritieke toestand is opgenomen in het AMC. Adri’s gedachten gaan terug naar de dag dat Tonio geboren werd en de periode daarvoor, waarin hij zijn vrouw leerde kennen en hij zijn kinderwens naar haar uitte. Hij beschrijft dit alles uitgebreid, afgewisseld met korte scènes in het ziekenhuis. Na Tonio’s overlijden gaat het verder met allerlei herinneringen, die worden afgewisseld met beschrijvingen van het vreselijke verdriet dat zijn ouders nu hebben.

1001004011277001

Van der Heijden heeft een prachtige schrijfstijl met veel details, zonder de vaart uit het verhaal te halen. De beschrijvingen van Tonio’s leven zijn haast idyllisch. Hij lijkt de ideale zoon: altijd vrolijk, nooit ruzie, iedereen noemt hem “zo’n lieve jongen”. Niet dat dit ongeloofwaardig overkomt. Ik zie hem zo voor me. Als ik op het station loop, vallen mensen van Tonio’s leeftijd me op. Het zou me niets verbazen als ik hem zou tegenkomen. Oh nee, dat kan niet, hij is dood. Wat een verdriet… Ik kan me er natuurlijk niets bij voorstellen, want ik heb zelf geen kinderen. Waarschijnlijk is het verliezen van je kind pijnlijker dan de dood van wie dan ook in je omgeving. Dat blijkt ook wel uit de verpletterende uitwerking die het overlijden van Tonio op zijn ouders heeft. Ze komen bijna de deur niet meer uit en drogeren zichzelf met valium en alcohol. Tussen deze zwaarmoedigheid en de herinneringen door schrijft Adri ook over kleine huishoudelijke gebeurtenissen: verhuizen, klussen in huis en tuin, de huisdieren. Hij beschrijft de intiemste details en lijkt zich nergens voor te schamen, behalve voor het feit dat hij de dood van zijn zoon niet heeft kunnen voorkomen.

Na 400 (van de 565) bladzijdes vind ik het meer van hetzelfde worden. Van der Heijden lijkt in herhaling te vallen. En toch lees ik verder: zullen Adri en Mirjam het redden? Zal het verdriet dan toch slijten, ondanks dat ze zich dat absoluut niet kunnen voorstellen? Pakken ze hun leven weer op? In dit boek komt daar nog geen antwoord op. In elk geval is A.F.Th. van der Heijden verder gegaan met schrijven, want na dit boek is er nieuw werk van hem uitgekomen. Vijf jaar geleden las ik Weerborstels en dat heeft geen blijvende indruk gemaakt. Maar van iemand die in een rouwperiode al zo mooi schrijft, wil ik toch graag meer lezen.

Glijvlucht – Anne-Gine Goemans

Meestal neem ik een boek van Renate Dorrestein mee op vakantie, omdat ik me daar altijd goed mee vermaak. Dit jaar nam ik mijn e-reader met een stuk of twintig boeken mee, dus koos ik wat minder zorgvuldig. Daardoor kwam ik in een saai boek van Dan Brown terecht… Gelukkig had ik ook het kleine boek Glijvlucht in mijn tas gestopt, omdat dat het lichtste papieren boek was dat op mijn te lezen stapel lag. En dat bleek een schot in de roos, want Anne-Gine Goemans lijkt wel de nieuwe Renate Dorrestein. Wat een heerlijk boek!

images (2)

Gieles is een puber die het liefst met zijn ganzen bezig is, die hij probeert te trainen. Verder chat hij graag met een gothic meisje, Gravitation. Gieles woont met zijn ouders en oom Fred vlak naast een landingsbaan. De gemeente wilde hun huis wel kopen, maar ze hebben geweigerd. De vader van Gieles werkt als vogelverjager, om te voorkomen dat er vogels in vliegtuigmotoren vliegen. Dus dan is het wel zo handig om daar te blijven wonen. Zijn moeder was vroeger stewardess, maar houdt zich liever bezig met het helpen van arme mensen in Afrika. Daarom is ze meestal niet thuis.

Op een dag ontmoet Gieles een hele dikke man, die zichzelf voorstelt als Super Waling. Gieles helpt hem uit de brand als zijn scootmobiel een lekke band heeft. Waling heeft twee hobby’s: de Zwitserse Alpen en stoomgemalen. Gieles besluit zijn werkstuk voor school te baseren op de geschiedenisverhalen die Waling hem geeft en waarin een stoomgemaal een belangrijke rol speelt. De verhalen gaan over Walings voorouders en hij heeft ze zelf geschreven. Ze zijn heel anders dan de geschiedenisles op school, want het is alsof je er zelf bij bent. Telkens krijgt Gieles weer een nieuw deel om te lezen en dat is dan als verhaal in verhaal opgenomen in het boek. Het laatste deel gaat over waarom Waling zo vreselijk dik is geworden, iets wat ik me als lezer het hele boek door al afvroeg.

De schrijfstijl van Anne-Gine Goemans doet mij denken aan Renate Dorrestein, want het gaat over gewone mensen met hun bijzondere eigenschappen. Zo heb je de enorm dikke Waling, gothic meisje Gravitation,  stoere vriend Toon, de hysterische Dolly met haar drie zoontjes waar Gieles weleens op past, echtpaar Johan en Judith die naast de landingsbaan kamperen (hij heeft vliegtuigongelukken als hobby) en oom Fred, die zo’n beetje de moederrol heeft overgenomen in de verzorging van Gieles. Ze worden allemaal beschreven met droge humor. Ik heb regelmatig zitten gniffelen. De leefwereld van Gieles is ook erg knap weergegeven: zo denkt en doet een tiener inderdaad. Gieles is schattig en naïef. Hij durft vaak niet te zeggen wat hij vindt. Waling ziet hem echt. Die dikke man blijkt een goedzak te zijn.

Ik heb dit boek binnen een paar dagen uitgelezen en vond het echt geweldig. Zo had ik ook deze vakantie toch een soort Renate-Dorrestein-leeservaring.

Dit boek heb ik gewonnen door mee te doen aan de actie Ik lees Nederlands. Bedankt, Inge! 

Leeuwenstrijd – Thomas van Aalten

leeuwenstrijd

In Leeuwenstrijd vertelt Thomas van Aalten het verhaal van vier generaties vaders en zonen. Zo omvat het boek een hele eeuw Nederlandse geschiedenis. Opa Gino emigreerde met zijn ouders van uit Italië naar Limburg, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Gino zelf belandde in een fabriek, maar wilde daar niet zijn hele leven slijten en vertrok naar de andere kant van het land om daar te gaan werken. Na de Tweede Wereldoorlog trouwde hij en kreeg drie zonen, waaronder Eduard. Hij en zijn vrouw Hetty waren in de jaren ’60 echte provo’s, die activiteiten organiseerden in het buurthuis en meeliepen met demonstraties tegen kernwapens. Eduard en Hetty kregen zoon Salvador. Zijn verhaal neemt minder ruimte in beslag en speelt in het heden, waarin hij beseft dat hij meer tijd wil doorbrengen met zijn zoon Luca. Die is een maatschappelijk betrokken puber van 14 jaar, die mee wil doen met de Occupy-beweging.

Het leeuwenpak vormt de rode draad door de generaties heen, wat een originele vondst is. Opa Gino had een bijbaantje bij een circus als leeuw. Hij werd in het leeuwenpak het land uit gesmokkeld om te vluchten voor de oorlog. Het pak belandt op zolder, maar wordt af en toe weer tevoorschijn gehaald voor gekke acties, bijvoorbeeld door Luca die een vervelende klasgenoot de stuipen op het lijf jaagt als leeuw.

Bij het begin van elk hoofdstuk wordt een sprong in tijd en ik-persoon gemaakt. De wisseling tussen generaties is leuk, maar ook een nadeel, juist omdat elke persoon me meesleepte in zijn verhaal en de sfeer van elke tijd zo goed wordt weergegeven. Zat ik net te lezen over opa Gino, die tijdens de oorlog in Amerika zijn toekomstige vrouw leerde kennen, was het hoofdstuk ineens afgelopen en sprong het verhaal weer naar Luca in deze eeuw. Ik had even de neiging om stiekem verder te bladeren naar het volgende deel van de eerste generatie, maar ach, Luca is ook leuk, dus heb ik het toch maar gewoon op volgorde gelezen. Vervolgens duurde het wel honderd bladzijden tot het verhaal van opa Gino weer verder ging en moest ik weer stiekem teruglezen waar ik ook alweer was gebleven. Dus misschien had ik het toch liever in chronologische volgorde gelezen.

Het boek gaat over vaders en zonen die ondanks meningsverschillen en ruzies toch altijd weer bij elkaar komen, vanwege de onverbrekelijke familieband. De meningsverschillen gaan vaak over hun uiteenlopende politieke opvattingen en de gevolgen daarvan. Sommige van deze stukken vond ik wat lastiger te volgen. Maar afgezien van dat kwam ik goed door het boek heen, want het is vlot geschreven. De stamboom voorin vond ik ook erg handig. Thomas van Aalten twitterde dan ook: ‘Een boek voor alle mensen, ik kan het niet vaak genoeg benadrukken!’

Dit boek heb ik gelezen in het kader van de boekenclub ‘Een perfecte dag voor literatuur’. Klik om te lezen wat andere bloggers hier vandaag over hebben geschreven.

Alles hiervoor – André Platteel

De eerste alinea is zo mooi, dat ik besluit dit boek langzaam te lezen. André Platteel heeft vier jaar geschreven aan Alles hiervoor. Elk woord is zorgvuldig uitgezocht en de zinnen vragen erom met aandacht gelezen te worden. Ik probeer me alles zo goed mogelijk voor te stellen: ik kan het bos ruiken en zie de kleuren en de mensen voor me. Het gaat veel over de zon, de maan, het weer, de kleuren en de zee. De sfeer is heel goed neergezet.

Platteel, Alles hiervoor LR

Jonathan heeft na zeven jaar de deur niet uit te zijn geweest zijn leven weer opgepakt. Hij geeft presentaties over kunst en houdt er een blog over bij. Stukjes van zijn blog luiden elk hoofdstuk in. Tijdens een conferentie in Californië ontmoet hij de Noor, een raadselachtige man die zijn leven vanaf dan zal gaan beïnvloeden. Hij blijkt namelijk bij een netwerk te horen dat de wereld wil verbeteren. Daarbij schuwt hij niet om geweld te gebruiken. Jonathan heeft een prille relatie met Bette, maar of het echt wat wordt… Hij vindt haar geweldig, maar zij is niet duidelijk in wat ze wil. En dan zijn er de terugblikken op Jonathans jeugd, waarin zijn moeder overleden is en zijn broertje Stefan een hersentumor kreeg, die niet genezen kon worden.

Al deze elementen lijken niet samen te hangen, al wordt er laat in het boek wel een symbolisch verband gelegd tussen de activiteiten van de Noor en het wegsnijden van de hersentumor van Stefan. Verder zie ik geen verbanden tussen de stukjes over kunst, vriendin Bette, broer Stefan en de Noor. Het kan wel zijn dat er literaire symboliek in zit die ik heb gemist.

Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Soms is dat verwarrend, vooral in het begin van het boek als nog niet alle personen zijn geïntroduceerd. Dan blijkt het halverwege de alinea ineens om een gedachte aan vroeger te zijn. De proloog hoort eigenlijk na deel 5 van de 6 te komen en daar heb ik hem ook herlezen.  In deel 6, dat over New York gaat, wordt ineens weer een sprong terug in de tijd gedaan en komen er 12 bladzijden die qua tijd in deel 5 hadden gehoord. Het komt kunstmatig op mij over om dit zo door elkaar te gooien en het zorgt ervoor dat ik het nog minder goed kan volgen.

Het verhaal van de Noor blijft heel lang onbegrijpelijk: wat wil hij nu eigenlijk? En wat vindt Jonathan ervan? Jonathans emoties worden niet expliciet beschreven en voor mij blijft hij op een afstand.

Het veelbelovende begin is helaas niet de opmaat voor een meeslepend boek. Het heeft me wat moeite gekost om het uit te lezen. Sommige stukjes heb ik inderdaad langzaam gelezen, maar er waren ook stukken tekst waar ik juist vluchtig doorheen ben gegaan. De verhaallijn is moeilijk te volgen, ik mis samenhang tussen de verschillende personen uit Jonathans leven en ik begrijp sommige stukken totaal niet. Mooie metaforen en bijvoeglijke naamwoorden zijn dan niet genoeg: ik wil een hoofdpersoon waarin ik me kan inleven óf een spannende verhaallijn die ik goed kan volgen. Het zorgvuldig gecomponeerde boek heeft me als geheel niet geraakt, al blijven sommige beelden van de natuur me wel bij.

Dit boek heb ik gelezen in het kader van de boekenclub ‘Een perfecte dag voor literatuur’. Klik om te lezen wat andere bloggers hier vandaag over hebben geschreven.

De urenfabriek – Fleur Brockhus

Felice heeft rechten gestudeerd en begint nu aan haar driejarige advocaten-stage. Haar baas Ria behandelt haar heel neerbuigend. Daarom besluit Felice om keihard haar best te doen, om zo te proberen Ria voor zich te winnen. Daarmee valt ze echter niet op, want overwerken is heel normaal bij Blick & Bleecker. Het kantoor komt over als een vreselijke plek. Toch wil Felice koste wat kost doorzetten. In het begin begreep ik niet waarom ze dat zo graag wilde. Ze ging rechten studeren omdat haar ouders dat beter vonden dan bedrijfskunde. Maar wat is haar motivatie? Na 100 bladzijden zegt Felice wel dat ze het heel leuk vindt om juridische dingen uit te pluizen en om goede teksten te schrijven.

Het gevolg van dat harde werken is dat Felice bijna al haar tijd op kantoor doorbrengt. Ze ziet haar oude vrienden bijna nooit meer. In plaats daarvan komen de bedrijfsborrels, waar veel wordt gedronken en vreemdgegaan. Alle collega’s zitten immers vaker op kantoor dan thuis, dus ze komen weinig andere mensen tegen. Felice is jong en mooi: ze besteedt veel aandacht aan haar uiterlijk. Ze ligt dus wel goed bij de mannen, maar ze neemt zich voor om daar niets mee te doen.

download (20)

Fleur Brockhus werkte zelf twee jaar als advocaat-stagiair en daarom kan ze als geen ander beschrijven hoe het eraan toe gaat op een advocatenkantoor. Het boek leest lekker makkelijk. Het verhaal neemt een paar keer een andere wending, waardoor het interessant blijft. Er zit ook wel humor in, bijvoorbeeld: “Celina kijkt me aan alsof ik net heb gezegd dat ik een tosti heb gemaakt van drie dossiers en een toga.” Zulke grapjes hadden er nog wel meer in gemogen. Ik vind Felice wel een beetje naïef. Ze laat alles maar gebeuren, al heeft ze soms wel haar heldere momenten en dan onderneemt ze eindelijk actie. De urenfabriek is een leuk boek voor tussendoor, als je even geen zin hebt in zware literatuur. Toch zit er ook een wijze les in: doe wat je zelf graag wilt en niet wat je denkt dat anderen van je verwachten.

Daten met God – Pieter Maan

De ongelovige Stefanie krijgt verkering met de christelijke Hans en schrijft hierover in haar dagboek. Daten met God – de titel trok mijn aandacht in de bibliotheek. Ik verwachtte bij dit thema wel veel te gaan herkennen.

Stefanie en Hans hebben een totaal verschillend leven achter de rug: Hans komt uit een hechte familie en heeft een geborgen christelijke jeugd beleefd, terwijl Stefanies ouders gescheiden zijn en ze bedrogen is door een vorig vriendje. Daardoor wordt ze nogal jaloers als Hans bevriend blijkt te zijn met de christelijke Nicolien die bij haar om de hoek woont. Waarom trouwt Hans niet gewoon met Nicolien? Dan hoeven ze ook geen ruzie te maken over seks voor het huwelijk of over ongehuwd samenwonen.

Maar Hans houdt vol: hij houdt van Stefanie. Geduldig beantwoordt hij haar kritische vragen over zijn geloof. Op haar beurt vindt Stefanie dat christelijke geloof eigenlijk best wel interessant. Ze gaat mee naar de kerk, praat met christenen en leest in de Bijbel.

Het is wel meteen duidelijk dat dit boek door een christen is geschreven, dat merkte ik aan de taal. Ik durf zelfs wel te wedden dat de schrijver gereformeerd vrijgemaakt is, omdat hij het over de ‘Gereformeerde Kerk synodaal’ heeft, een term die door mensen van deze kerk zelf zelden wordt gebruikt (behalve om het onderscheid te maken tegenover vrijgemaakten, die zichzelf ook vaak kortweg ‘gereformeerd’ noemen… Voor Stefanie is dat natuurlijk ook niet te volgen, al die verschillende kerken.) Stefanie gebruikt soms woorden die meer bij een doorgewinterde christen passen.

Zoals verwacht was er veel herkenbaars in dit boek: het gaat over verschillende kerken, over het Flevofestival en over bekende theologische discussies, zoals waarom God het lijden toestaat. Toch maakt dit het verhaal niet zwaar. Integendeel: er zit veel humor in en ik heb dit boek binnen een paar dagen uitgelezen. Ik vond het ook leuk dat Stefanie in Amstelveen woont en Nicolien op Uilenstede, waar ik ook heb gewoond tijdens mijn studententijd. Ik zag het dus allemaal voor me.

Schrijver Pieter Maan lijkt meer op Hans: op twitter ziet hij eruit als een echte gereformeerde man met bril en foute trui. Ik vind het best wel grappig dat juist hij deze chicklit heeft geschreven, die heel geloofwaardig (haha) overkomt.

download (17)