Journalist Fréderike Geerdink werd een tijdje geleden in Turkije opgepakt, omdat ze werd verdacht van het verspreiden van ”propaganda voor een terroristische organisatie”. Haar huis werd doorzocht en haar telefoon in beslag genomen. In haar Twitter-bio staat dat ze de enige buitenlandse journalist is in Diyarbakır. Dat is een stad in het oosten van Turkije waar meer dan 90% van de bevolking Koerdisch is. Hoe zat het ook alweer met de Koerden? Het enige wat ik ervan wist is dat ze een eigen land willen. Wat is daar nu aan de hand waardoor er geen journalist meer durft te komen, behalve één Nederlandse? Verder lezen
geschiedenis
De opwindvogelkronieken – Haruki Murakami
Van de boeken van Haruki Murakami krijg ik maar geen genoeg! Na Norwegian Wood en de trilogie 1q84 las ik een paar maanden geleden Ten zuiden van de grens. Dat was zo uit en daarom was ik nu wel toe aan een lekker dik boek van Murakami. Naast Kafka op het strand behoort De opwindvogelkronieken tot zijn dikste boeken. Als e-book telt het maar liefst 748 bladzijden.
De hoofdpersoon van dit boek heet Tõru Okada. Hij is werkloos en zit thuis terwijl zijn vrouw naar kantoor gaat. Het tempo aan het begin van het verhaal is laag, vergelijkbaar met het tempo waarin Tõru zijn leven leidt. Het spannendste wat er gebeurt is dat de kat verdwijnt. Omdat hij verder toch niets te doen heeft dan het huishouden en omdat zijn vrouw het op prijs stelt, gaat hij op zoek naar de kat. Dan ontmoet Tõru een vroegwijs tienermeisje en hij ontvangt zijn eerste mysterieuze telefoontje van een helderziende dame. Kortom, in de eerste twintig bladzijden kan ik al tien kruisjes zetten op onderstaande bingokaart.
Het Oostblokboek
Dit is nu echt een boek om aan ‘armchair travelling’ te doen! Het Oostblokboek neemt je mee naar tien Europese landen uit het voormalige Oostblok, waar het communisme in de twintigste eeuw veel sporen heeft nagelaten. Op elke bladzijde staat een foto van een monument of een bijzondere plek met een bespreking erbij. Ook staat het adres aangegeven, met een waardering in sterren: vijf betekent ‘midden in het stadscentrum’ en één ster staat voor ‘succes met zoeken’. Gelukkig komt die laatste categorie slechts twee keer voor (als ik goed heb geteld) en is het boek ook goed te gebruiken voor wie echt op reis wil.
Leesreis om de wereld: Armenië
Het lukte me niet om een boek te vinden van een schrijver die in Armenië is geboren. Wat ik wel vond is veel informatie over de Armeense kwestie, ofwel de genocide die meermalen in de geschiedenis is gepleegd op dit volk. Daardoor zijn ze verspreid over de hele wereld. Antonia Arslan woont in Italië, maar haar grootvader Yerwant kwam uit een Armeense familie die in Anatolië (Turkije) woonde. In Het huis met de leeuweriken vertelt ze wat de familieleden overkwam rond 1915.
De offers – Kees van Beijnum
Eerder las ik van Kees van Beijnum het mooie Dichter aan de Zeedijk, over een jongen die opgroeit in een Amsterdamse kroeg. Daarna koos ik voor Een soort familie en dat bleek zo saai dat ik het halverwege weglegde. Het was dus spannend om aan dit boek te beginnen, dat 512 bladzijden telt en dat ik zou lezen voor boekbloggersclub Een perfecte dag voor literatuur. De lovende recensie van Tessa zorgde ervoor dat ik het aandurfde.
De offers speelt zich af in Japan in 1946, dus vlak na de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse rechter Rem Brink werkt mee aan het tribunaal om Japanse oorlogsmisdadigers te berechten, samen met tien andere rechters uit diverse landen. Kees van Beijnum heeft hier duidelijk veel historisch onderzoek aan gewijd. Hij weet het zeer helder te verwoorden, zodat een geschiedenisleek als ik het prima kan volgen. Ik vind het zelfs interessant om te lezen hoe de Japanse mannen terecht staan voor bijvoorbeeld hun rol als minister tijdens de oorlog. Brink staat onder druk, omdat hij het niet met het vonnis van de andere rechters eens is.
In hemelsnaam – Geertje Paaij
Geertje Paaij volg ik al een hele tijd op twitter, waar ze vaak berichtjes schrijft over de psychiatrie. Door haar las ik Raarhoek van Miek Smilde, over de geschiedenis van een psychiatrisch ziekenhuis, echt een aanrader! Nu heeft Geertje een boek geschreven over het bijzondere levensverhaal van haar vader. Ik houd erg van waargebeurde familiegeschiedenissen, zoals De hemel bestaat niet van Jannetje Koelewijn, Argentijnse avonden van Carolijn Visser en Het pauperparadijs van Suzanna Jansen. In zulke boeken staan meestal foto’s om het verhaal te ondersteunen. In hemelsnaam bevat een heleboel foto’s, maar niet van oma Adriana. Van haar is niets bewaard gebleven en juist daarom besloot Geertje op onderzoek uit te gaan. In het boek beschrijft ze hoe ze in diverse archieven op zoek gaat naar de lotgevallen van haar voorouders.
Adriana werd samen met haar jonge kinderen in de steek gelaten door haar man, die naar Nederlands Indië ging. Daar had hij diverse ondernemingen. Naar zijn echtgenote keek hij niet meer om. Adriana had een heleboel verschillende baantjes als dienstbode en als waakster in een ziekenhuis. Helaas ging het helemaal niet goed met haar en werd ze diverse keren gedwongen opgenomen in een psychiatrisch herstellingsoord. Van haar vijf kinderen werden alleen Geertjes vader en tante Anne volwassen. Ze groeiden op in weeshuizen, waar ze het zwaar hadden. Geertjes vader kreeg uit zijn eerste huwelijk vier kinderen. Vlak na de oorlog trouwde hij nog een keer en dochter Geertje werd geboren toen hij 63 jaar oud was.
Ik vond het wel verwarrend dat de verhalen niet chronologisch zijn verteld, maar in de volgorde waarin Geertje ze tegenkwam in de archieven. Ik denk dat ze daarvoor gekozen heeft om het verband te kunnen leggen met gebeurtenissen uit haar eigen leven en dan met name wat er met haar schizofrene dochter is gebeurd. Dat geeft het boek een bijzondere extra dimensie. De feitelijkheden uit de archieven worden afgewisseld met geromantiseerde scènes die Geertje zich voorstelt. Ze laat zien hoe interessant maar ook schokkend het kan zijn om in de geschiedenis van je eigen familie te duiken. Het zijn immers je bloedverwanten en je kunt zo uitvinden van wie je je eigenschappen misschien wel hebt geërfd, zowel de goede karaktertrekken als ziektes die je liever niet had meegekregen.
Aan sommige details kon ik wel merken dat Geertje geen schrijver of historica van beroep is, maar dat hindert niet. Ze heeft een vlotte pen en schrijft met veel passie. Ik had het boek binnen een paar dagen uit en vond het interessant om te lezen. Het maakt me ook nieuwsgierig naar de verhalen van mijn eigen opa’s en oma’s. Ik weet dat mijn vader veel heeft opgeschreven en nu begrijp ik beter waarom hij dat heeft gedaan. Als hij met pensioen gaat, moet hij er maar een boek van maken. En dan zal ik er trots over bloggen.
Vingers van marsepein – Rascha Peper
Een paar jaar geleden was Vingers van marsepein mijn favoriete boek en ik heb het dan ook een aantal keer cadeau gegeven. Ik besloot om het nu nog een keer te lezen en dat was best spannend: zou ik het weer net zo goed vinden als toen? Er was immers ook iemand die me vertelde dat ze er niet doorheen kwam.
Het boek begint in het jaar 1704 met Bregtje, een meisje van 10 jaar dat in Amsterdam op de Bloemgracht woont. Ze is als enige van haar gezin niet overleden aan de hete koorts. Haar oom en tante hebben haar liefdevol opgenomen in hun gezin. In huis wonen naast de familie ook een aantal bediendes, die altijd wel een klusje voor Bregtje hebben. Maar het liefste zit ze bij haar oom Frederik Ruysch in zijn kabinet, waar hij dode dieren en lichaamsdelen van mensen prepareert. De dieren worden opgezet en de lichaamsdelen in potten met sterk water gezet, om ze te gebruiken voor anatomische lessen. Frederik Ruysch kon dit als geen ander: hij wist de lichaamsdelen zo te bewerken dat ze er levensecht uitzagen, vandaar ook de titel van het boek. Op een dag komt er wel een heel bijzonder dier in huis, of eigenlijk bij huis: de neushoorn is zo groot dat hij in de tuin moet blijven. Bregtje is gefascineerd door het dier en praat er in gedachten mee.

Het verhaal van Bregtje wordt afgewisseld met dat van Benjamin, die ook 10 jaar is en op de Bloemgracht woont, maar dan in de 21ste eeuw. Als zijn vader voor een congres naar Sint-Petersburg gaat, mag hij mee om zijn herfstvakantie daar te vieren. In het museum de Kunstkamera bewondert hij de preparaten van Frederik Ruysch, die door Peter de Grote naar Rusland zijn meegenomen. Net als Bregtje vindt hij de misvormde baby’s op sterk water niet eng, maar is hij erdoor gefascineerd. Hij vindt het helemaal mooi als hij ontdekt dat Frederik Ruysch zijn overbuurman van 300 jaar geleden was.
Het eerste hoofdstuk vond ik wat verwarrend en ik moest even doorzetten, maar al snel kwamen de beelden van Bregtje en Ben weer naar boven. Ik houd erg van de schrijfstijl van Rascha Peper, want het leest makkelijk. Toch is het geen kinderboek, gezien de woordkeus. In de stukken over Bregtje worden nogal wat historische woorden gebruikt. Ik vind het wel mooi dat het taalgebruik verschillend is in de hoofdstukken van Bregtje en Ben. Het afwisselen van hoofdpersonen werkt altijd goed en het heeft hier ook echt een functie. Bregtje en Ben vertonen op het eerste gezicht al overeenkomsten, maar als je goed oplet vind je er nog meer. Ze krijgen allebei met een neushoorn te maken, ze hebben allebei een broertje of zusje verloren en ze doen allebei impulsieve dingen waar ze later een beetje spijt van krijgen…
Toevallig hoorde ik tijdens het lezen van dit boek op de radio een concert van Collegium 1704 op het festival oude muziek, met prachtige barokmuziek. Zou Bregtje zulke muziek weleens gehoord hebben? In het boek wordt het niet genoemd en in die tijd waren er maar weinig mensen zo rijk dat ze van live muziek konden genieten. Toch vond ik het mooi om een verhaal uit 1704 lezen met muziek uit dezelfde tijd op de achtergrond.
Leesreis om de wereld: Bangladesh
Bangladesh is een arm land waar vaak overstromingen zijn. Dat was het enige wat ik ervan wist. In A golden age van Tahmima Anam worden armoede en overstromingen wel genoemd, maar het gaat vooral over de oorlog waardoor Bangladesh in 1971 onafhankelijk werd van Pakistan. Als je op de kaart kijkt, zie je dat Pakistan helemaal niet grenst aan Bangladesh: het noorden van India ligt er tussenin. Toch heette Bangladesh ooit Oost-Pakistan.
Glijvlucht – Anne-Gine Goemans
Meestal neem ik een boek van Renate Dorrestein mee op vakantie, omdat ik me daar altijd goed mee vermaak. Dit jaar nam ik mijn e-reader met een stuk of twintig boeken mee, dus koos ik wat minder zorgvuldig. Daardoor kwam ik in een saai boek van Dan Brown terecht… Gelukkig had ik ook het kleine boek Glijvlucht in mijn tas gestopt, omdat dat het lichtste papieren boek was dat op mijn te lezen stapel lag. En dat bleek een schot in de roos, want Anne-Gine Goemans lijkt wel de nieuwe Renate Dorrestein. Wat een heerlijk boek!

Gieles is een puber die het liefst met zijn ganzen bezig is, die hij probeert te trainen. Verder chat hij graag met een gothic meisje, Gravitation. Gieles woont met zijn ouders en oom Fred vlak naast een landingsbaan. De gemeente wilde hun huis wel kopen, maar ze hebben geweigerd. De vader van Gieles werkt als vogelverjager, om te voorkomen dat er vogels in vliegtuigmotoren vliegen. Dus dan is het wel zo handig om daar te blijven wonen. Zijn moeder was vroeger stewardess, maar houdt zich liever bezig met het helpen van arme mensen in Afrika. Daarom is ze meestal niet thuis.
Op een dag ontmoet Gieles een hele dikke man, die zichzelf voorstelt als Super Waling. Gieles helpt hem uit de brand als zijn scootmobiel een lekke band heeft. Waling heeft twee hobby’s: de Zwitserse Alpen en stoomgemalen. Gieles besluit zijn werkstuk voor school te baseren op de geschiedenisverhalen die Waling hem geeft en waarin een stoomgemaal een belangrijke rol speelt. De verhalen gaan over Walings voorouders en hij heeft ze zelf geschreven. Ze zijn heel anders dan de geschiedenisles op school, want het is alsof je er zelf bij bent. Telkens krijgt Gieles weer een nieuw deel om te lezen en dat is dan als verhaal in verhaal opgenomen in het boek. Het laatste deel gaat over waarom Waling zo vreselijk dik is geworden, iets wat ik me als lezer het hele boek door al afvroeg.
De schrijfstijl van Anne-Gine Goemans doet mij denken aan Renate Dorrestein, want het gaat over gewone mensen met hun bijzondere eigenschappen. Zo heb je de enorm dikke Waling, gothic meisje Gravitation, stoere vriend Toon, de hysterische Dolly met haar drie zoontjes waar Gieles weleens op past, echtpaar Johan en Judith die naast de landingsbaan kamperen (hij heeft vliegtuigongelukken als hobby) en oom Fred, die zo’n beetje de moederrol heeft overgenomen in de verzorging van Gieles. Ze worden allemaal beschreven met droge humor. Ik heb regelmatig zitten gniffelen. De leefwereld van Gieles is ook erg knap weergegeven: zo denkt en doet een tiener inderdaad. Gieles is schattig en naïef. Hij durft vaak niet te zeggen wat hij vindt. Waling ziet hem echt. Die dikke man blijkt een goedzak te zijn.
Ik heb dit boek binnen een paar dagen uitgelezen en vond het echt geweldig. Zo had ik ook deze vakantie toch een soort Renate-Dorrestein-leeservaring.
Dit boek heb ik gewonnen door mee te doen aan de actie Ik lees Nederlands. Bedankt, Inge!
Leeuwenstrijd – Thomas van Aalten
In Leeuwenstrijd vertelt Thomas van Aalten het verhaal van vier generaties vaders en zonen. Zo omvat het boek een hele eeuw Nederlandse geschiedenis. Opa Gino emigreerde met zijn ouders van uit Italië naar Limburg, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Gino zelf belandde in een fabriek, maar wilde daar niet zijn hele leven slijten en vertrok naar de andere kant van het land om daar te gaan werken. Na de Tweede Wereldoorlog trouwde hij en kreeg drie zonen, waaronder Eduard. Hij en zijn vrouw Hetty waren in de jaren ’60 echte provo’s, die activiteiten organiseerden in het buurthuis en meeliepen met demonstraties tegen kernwapens. Eduard en Hetty kregen zoon Salvador. Zijn verhaal neemt minder ruimte in beslag en speelt in het heden, waarin hij beseft dat hij meer tijd wil doorbrengen met zijn zoon Luca. Die is een maatschappelijk betrokken puber van 14 jaar, die mee wil doen met de Occupy-beweging.
Het leeuwenpak vormt de rode draad door de generaties heen, wat een originele vondst is. Opa Gino had een bijbaantje bij een circus als leeuw. Hij werd in het leeuwenpak het land uit gesmokkeld om te vluchten voor de oorlog. Het pak belandt op zolder, maar wordt af en toe weer tevoorschijn gehaald voor gekke acties, bijvoorbeeld door Luca die een vervelende klasgenoot de stuipen op het lijf jaagt als leeuw.
Bij het begin van elk hoofdstuk wordt een sprong in tijd en ik-persoon gemaakt. De wisseling tussen generaties is leuk, maar ook een nadeel, juist omdat elke persoon me meesleepte in zijn verhaal en de sfeer van elke tijd zo goed wordt weergegeven. Zat ik net te lezen over opa Gino, die tijdens de oorlog in Amerika zijn toekomstige vrouw leerde kennen, was het hoofdstuk ineens afgelopen en sprong het verhaal weer naar Luca in deze eeuw. Ik had even de neiging om stiekem verder te bladeren naar het volgende deel van de eerste generatie, maar ach, Luca is ook leuk, dus heb ik het toch maar gewoon op volgorde gelezen. Vervolgens duurde het wel honderd bladzijden tot het verhaal van opa Gino weer verder ging en moest ik weer stiekem teruglezen waar ik ook alweer was gebleven. Dus misschien had ik het toch liever in chronologische volgorde gelezen.
Het boek gaat over vaders en zonen die ondanks meningsverschillen en ruzies toch altijd weer bij elkaar komen, vanwege de onverbrekelijke familieband. De meningsverschillen gaan vaak over hun uiteenlopende politieke opvattingen en de gevolgen daarvan. Sommige van deze stukken vond ik wat lastiger te volgen. Maar afgezien van dat kwam ik goed door het boek heen, want het is vlot geschreven. De stamboom voorin vond ik ook erg handig. Thomas van Aalten twitterde dan ook: ‘Een boek voor alle mensen, ik kan het niet vaak genoeg benadrukken!’
Dit boek heb ik gelezen in het kader van de boekenclub ‘Een perfecte dag voor literatuur’. Klik om te lezen wat andere bloggers hier vandaag over hebben geschreven.



