Leesreis om de wereld: Georgië

In Tbilisi staat een internaat. Wie daar woont, heeft geen ouders meer, of in elk geval niemand die voor ze kan zorgen. Sommige kinderen zijn verstandelijk beperkt. Ze gaan naar school en krijgen te eten, maar groeien op zonder liefde van volwassenen. Op een gegeven moment is het tijd om te verdwijnen. Sommigen vinden een baantje in de buurt. Anderen vertrekken naar het buitenland, zo vertellen de achterblijvers aan elkaar.

De achttienjarige Lela gaat in het parkeerwachtershuisje wonen, om wat geld te verdienen met het in de gaten houden van de auto’s. Ook ontfermt ze zich over de jongere kinderen. Die komen nog in aanmerking voor adoptie, bijvoorbeeld door de Amerikanen die zich op een dag melden. Er worden foto’s gemaakt, zodat het echtpaar kan kiezen wie ze mee naar huis willen nemen. De kinderen fantaseren over dat verre land. Het geeft hoop: er is een kans om te ontsnappen aan deze troosteloze omgeving.

Verder lezen

De sprong naar het zuiden – Konstantin Paustovski

Met deel vijf nader ik het einde van Konstantin Paustovski’s autobiografie in zes delen. Toch is Paustovski pas net dertig, want het is 1923. Aan het begin van De sprong naar het zuiden is hij nog op het schip waarmee deel vier eindigde. Ze varen over de Zwarte Zee en doen de haven van Soechoem aan. Op dat moment is Abchazië in quarantaine vanwege nare besmettelijke ziektes, althans, dat beweert men. Het is dus niet de bedoeling dat mensen er van boord gaan, maar Paustovski krijgt het voor elkaar dat hij toch even een uurtje aan wal mag. Zijn koffer moet achterblijven, om ervoor te zorgen dat hij wel weer terugkomt. Gelukkig heeft hij wel geld bij zich en hij besluit om een tijdje in dat bijzondere land te vertoeven.

Voor mij was toentertijd alles vreemd in Abchasië, de bergen, de rivieren, de plantengroei, de mensen. De reusachtige bergtoppen waarvan ik de namen nog niet kende, tekenden zich het scherpst af tijdens de zonsondergang. In het licht van de ondergaande zon gloeiden hun ijzige tanden als kolen. (…)
Deze eerste, enigszins onheilspellende indruk van de bergen veranderde pas in de lente toen ik diep in Abchasië doordrong en de bergen in hun volle schoonheid met hun beukenbossen, schuimende rivieren en wildwoekerende begroeiing aanschouwde.
Ik kende niemand in Soechoem en zwierf vaak in mijn eentje in de omgeving van de stad rond. Ik durfde niet ver weg te gaan.

Verder lezen

Leesreis om de wereld: Azerbeidzjan

Ali en Nino is een literaire klassieker, geschreven in 1937. Het speelt zich af in Azerbeidzjan. Ik moest het opzoeken op de kaart om te zien waar het ligt: op de grens van Europa en Azië, aan de Kaspische Zee, ten oosten van Turkije tussen Iran en Rusland. Hoofdpersoon Ali is 18 jaar en wil trouwen met Nino van 17. Allebei komen ze uit een rijke familie van adel, maar hij is moslim en zij komt uit een christelijke familie uit Georgië. Dat hoeft geen probleem te zijn, een vrouw heeft immers geen verstand en geen ziel. Althans, dat zegt een vriend van Ali. Zelf wil Ali juist met Nino trouwen omdat ze meer is dan een akker: ze zijn echte vrienden en dat overwint de cultuurverschillen.

1001004005997653

Verder lezen