Tussen de bergen stroomt de rivier de Aras. Die ziet de nomaden met hun schapen en geiten. De jonge vrouw Saray is één van hen. Aras geniet ervan als ze zich wast in het koele water of ervan drinkt. Sarays jeugdvriend Aydin is ook opgegroeid, tot een sterke jonge man. Hij wordt het hoofd van de herdersstam.
We hebben niets nodig wat wij in deze vlaktes en bergen niet kunnen vinden, in dit grote huis met de bergen als sterke muren, een sterrenhemel als plafond en overal het kleurrijke tapijt van planten en bloemen

