Het respijt – Primo Levi

Veel boeken over concentratiekampen eindigen op het moment dat de betrokkenen zijn overleden of het kamp hebben verlaten tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat geldt ook voor Is dit een mens waarin Primo Levi vertelt over zijn jaar in Auschwitz. Maar hoe ging het daarna verder? Door de oorlog kon je niet zomaar de internationale trein naar huis nemen en geld hadden de kampgevangenen al helemaal niet. Pas acht maanden na de ontruiming van het kamp was Primo Levi weer thuis in Italië, na een lange reis via Rusland. Daarover gaat Het respijt.

In januari 1945 ontruimden de Duitsers de kampen van Auschwitz, want het Russische leger was in aantocht. Gezonde arbeidskrachten werden geëvacueerd naar andere plaatsen, wandelend door de sneeuw, waarbij velen omkwamen. De zieken werden achtergelaten in het kamp. Primo Levi was één van hen. Ook hij was ernstig ziek met hoge koorts. Om hem heen lagen levende maar ook dode mannen. Wie nog een beetje kracht had om te lopen, ging op zoek naar eten. Na een paar weken kwam er een kar die de overlevenden naar het centrale kamp van Auschwitz brachten. Daar waren Russische verpleegsters aan het werk in de ziekenbarak. Na weer een paar weken besloot Primo dat hij nu echt zijn bed uit moest, ook al voelde hij zich nog erg zwak. Door toeval belandde hij tussen de Russen die op een transport naar een ander kamp gingen, ook in Polen. Dat was het begin van zijn lange reis.

Op sommige plekken bleef hij maar kort, op andere plekken langer, zoals in het Russische kamp waar hij twee maanden van de zomer doorbracht met honderden andere Italianen. Aan de ene kant waren ze blij dat de verschrikkingen van het concentratiekamp voorbij waren. Aan de andere kant waren ze teleurgesteld dat ze niet naar huis konden. Het ergste was nog dat niemand wist wat er ging gebeuren en hoe en wanneer ze wel naar Italië zouden reizen.

Een paar dagen later waren we allemaal op weg naar het noorden, zonder te weten waarheen, maar in elk geval naar een nieuwe ballingschap. (…) allemaal in dezelfde goederenwagons, allemaal met een zwaar hart, allemaal overgeleverd aan de ondoorgrondelijke sovjetbureaucratie, die obscure, gigantische macht, ons niet kwaad gezind, maar wantrouwig, onverschillig, onbekwaam, tegenstrijdig, en in feite blind als een kracht van de natuur.

De mensen die Primo onderweg ontmoette beschrijft hij treffend. Hij moet een geweldig goed geheugen hebben gehad, want hij weet nog zoveel details, al legt hij zelf ook uit dat hij dingen die minder indruk maakten niet meer zo goed weet. In de verte doet het me denken aan Konstantin Paustovski, die twintig jaar eerder in Rusland rondreisde en ook vaak niet wist hoe zijn toekomst eruit zou zien. En toen, eindelijk, kwam de laatste nacht in de trein, in Italië:

En wat hadden we verloren, in die twintig maanden? Wat zouden we terugvinden van ons thuis? Hoeveel van onszelf was weggeschroeid, uitgeblust? Kwamen we rijker of armer, sterker of leger terug? We wisten het niet; maar we wisten dat ons op de drempels van onze huizen een beproeving wachtte en zagen die met angst tegemoet. Behalve ons matte bloed voelden we door onze aderen het gif van Auschwitz vloeien: waar moesten we de kracht vandaan halen om weer te leven (…) We voelden ons eeuwen oud, gedrukt door de last van een jaar afschuwelijke herinneringen, leeg en weerloos.

Dit boek is op een andere manier dan het eerste indrukwekkend en daarmee zeker ook een aanrader.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.