Misschien herken je het wel: dat je ouders elkaar niet begrijpen, maar jij snapt ze allebei wel en probeert te bemiddelen. Dat gebeurt ook bij de elfjarige hoofdpersoon uit De kunst om in koor te huilen. Op het eerste gezicht lijkt het over een doodnormale Deense familie te gaan, maar langzamerhand blijkt er onder de oppervlakte meer aan de hand te zijn.
Moeder begrijpt vader niet, niet zoals ik hem begrijp, dat is het probleem. Misschien begrijpt ze hem af en toe wel, maar ze neemt hem niet serieus. Daarom is hij niet gelukkig. En zij ook niet. Daarom is niemand van ons gelukkig. Iemand moet iets doen, en omdat niemand dat wil, komt het op mij neer.