Een man wil veertig jaar nadat hij zijn studie heeft afgebroken alsnog zijn scriptie schrijven. Hij zoekt zijn oude professor op, die hij nu bij de voornaam mag noemen: Remi. De scriptie zal gaan over de cultuur van de Yaka’s, een volk in Congo, en dan in het bijzonder over krokodillen. Tijdens de gesprekken tussen de student en de professor gaat het echter ook over Remi’s jeugd in de Westhoek, in het puntje van West-Vlaanderen bij de Franse grens.
Net als mijn hond snoof ik aan de avondlucht. Samen ademden we traag in en uit.
Koen Peeters beschrijft heel treffend het boerenleven. Remi werkt na schooltijd hard mee op de boerderij. Vaak mag hij mee met zijn nonkel Marcel die hem vertelt over de grote oorlog. Ze bezoeken de vele begraafplaatsen waar ze Engelse grafopschriften lezen en uitrekenen op welke leeftijd de jonge soldaten sneuvelden. Verder lezen