In twaalf essays beschouwt Jeanette Winterson de invloed van kunstmatige intelligentie op ons mens-zijn en onze samenleving. Ze begint bij de geschiedenis, waarbij ze allerlei beroemdheden noemt. Dat zijn niet alleen mannelijke computernerds, maar ook Mary Shelley die Frankenstein schreef en Ada Lovelace die ze typeert als de allereerste computerprogrammeur. Op papier tenminste, want Ada leefde ver voor de eerste computer werd gebouwd. Die eerste computer werd geprogrammeerd door vrouwen. Pas in de jaren tachtig keerde dat om en werd ontwikkelen van software meer door mannen gedaan, onder invloed van reclames van Apple voor de eerste thuiscomputer. Uit de geschiedenis van de industriële revolutie en andere technische ontwikkelingen kunnen we lessen trekken:
… dat een regering wetgeving moet invoeren om ervoor te zorgen dat niet alleen de enkelingen, maar ook de massa’s kunnen profiteren van innovatie.
Ze haalt er van alles bij, zoals religie en vooral feminisme. Ik vind het interessant hoe ze het allemaal met elkaar vergelijkt en verbindt. Ze legt uit hoe belangrijk het is dat we alert blijven:
Wat schieten we ermee op om onze garage te kunnen openen met een vinger en sneller te kunnen rennen dan een cheeta als we nog steeds gewelddadig, hebzuchtig, onverdraagzaam, racistisch, seksistisch, patriarchaal en gewoon slecht zijn?
Het gebeurt al meer dan je denkt dat mensen de liefde zoeken bij een robot, die altijd geduldig is en nooit nee zegt. Wat heeft dat voor invloed op relaties met mensen met een lichaam van vlees, met al hun nukken?
Jeanette Winterson is positief over de vele mogelijkheden van kunstmatige intelligentie, maar ze ziet ook wat voor negatieve invloed het kan hebben. Daarom pleit ze ervoor om de techniek niet alleen te laten bepalen door witte nerds, maar om allerlei mensen erbij te betrekken, zoals vrouwen, mensen van kleur en kunstenaars:
Ik zou willen dat de wetenschap, tech en overheid gevestigde kunstenaars en bekende intellectuelen op alle niveaus automatisch om advies vraagt. De kunsten zijn geen amusementsindustrie – de kunsten zijn altijd al een schepende en emotionele worsteling met de werkelijkheid geweest – een reeks ontdekkingen en scheppingen. En vermogen om anders te denken, een bereidheid om onze ideeën over onszelf te veranderen.

Er zijn wat stukjes bij die ik wat vlugger lees, maar het meeste vind ik erg interessant en goed doordacht. De vertaling uit het Engels van Arthur Wevers leest prettig. Twaalf bytes is een aanrader voor iedereen die wat dieper wil nadenken over de technologieën die onze wereld nu en de komende jaren zullen beïnvloeden, meer dan we ons kunnen voorstellen. Laten we erbij blijven!
Luister ook naar het gesprek met Jeanette Winterson en Ewoud Kieft bij ILFU Exploring stories.
Een intrigerende recensie.
Prachtig citaat “En wat schieten we ermee op …” , die vraag relativeert de ontwikkeling van AI. Het is een opzienbarend, maar ook doodeng fenomeen, en ook een ongeleid projectiel. Lees “De machtscode” van Marietje Schaake en huiver.
LikeLike
Beste Barbara,In je recensie staat een typfout: vlak boven de foto van de cover staat “schepende” i.p.v. “scheppende”.Met vriendelijke groet, Charles Kuijpers Verzonden vanaf mijn Galaxy
LikeLike