Bij Argentijnse literatuur denk ik aan magisch realisme, met geesten en bovennatuurlijke gebeurtenissen. Ook in De gevaren van roken in bed is dit de rode draad. Het boek bevat twaalf verhalen. Het titelverhaal is het kortste met zes pagina’s. Het gaat over een vrouw die rookt in bed, ook nadat een buurvrouw hierdoor is overleden, omdat haar sigaret voor brand zorgde.
Het langste verhaal telt vijftig bladzijden en gaat over verdwenen kinderen in Buenos Aires. Op een dag komt een heel aantal kinderen terug, maar er is iets vreemds aan de hand. Ze zijn namelijk niets veranderd: ze zijn niet ouder geworden en dragen nog dezelfde kleding als op de dag van hun verdwijning. Ouders weten niet wat ze ermee aan moeten en de kinderen gaan bij elkaar in een verlaten gebouw zitten. Het is vooral een bizar verhaal, maar het verdriet van de families schemert erin door.
tijd was een cruciale factor, gegeven de snelheid waarmee baby’s van uiterlijk veranderen. Naarmate er meer trekken van een persoonlijkheid verschenen, het haar groeide en de kleur van de ogen zich uitkristalliseerde, verdween de bevroren baby op het aanplakbiljet voor de tweede keer.
Er zijn sprookjesachtige verhalen bij, zoals die waarin een geest in een waterput je naar beneden kan trekken als je er te diep in kijkt. Ook het verhaal dat zich in Barcelona afspeelt, is vast gebaseerd op volksgeloof. Een overleden jongen zwerft er nog steeds door de straten. En een torenkamer waarin het spookt, klinkt ook als in een sprookje.

Waarom lezen mensen graag griezelverhalen? Ze zijn in elk geval spannend en geheimzinnig, wat me nieuwsgierig maakt. En het zijn originele vertellingen. Peter Valkenet heeft ze prima vertaald uit het Spaans.
Na twee verhalenbundels van Mariana Enríquez wil ik me wagen aan haar dikke roman, wederom met bloederige taferelen en bovennatuurlijke gebeurtenissen.