Van Joost Oomen las ik eerder gedichten en een absurd verhaal over de Bietenkoningin. In het theater zag ik hem poëzie voordragen. Niks is hem te gek. In vergelijking daarbij is Het paradijs van slapen een heel normale roman. Joost heeft zich voor dit boek laten inspireren door zijn vader, die euthanasie-arts is.
Dokter Theo Engel gaat de begrafenis van een patiënt. Hij gaat nooit naar uitvaarten van patiënten, maar hij kent de dochter van deze man. Bovendien ging het hier om een natuurlijke dood en heeft Theo hem geen euthanasie hoeven verlenen. Theo Engel werkt als invalhuisarts en hij voert zeer regelmatig euthanasie uit. Meestal wordt dit gedaan door zestig-plussers en vaak door artsen die al met pensioen zijn. Maar Theo is veertig en hij woont alleen. Als hij na de begrafenis thuiskomt, ligt er een dikke brief van Gerrit Blauw, die vraagt om hem te helpen te sterven. Het lastige is dat hij geen gezondheidsklachten heeft. In de brief beschrijft hij zijn leven, met het zwaartepunt rond zijn achttiende.
Verder lezen

