Als tiener was ik erg onder de indruk van Wilde zwanen: drie dochters van China, waarin Jung Chang de levensverhalen van haar grootmoeder, haar moeder en zichzelf had opgeschreven voor een groot publiek. Het wekte mijn fascinatie voor dat grote, verre land en het zorgde ervoor dat ik vaker literatuur uit China wilde lezen, ook al is dat niet altijd even toegankelijk. Vlieg, wilde zwanen is een soort vervolg op Wilde zwanen. Ik heb overwogen om het eerste boek te herlezen, maar begreep van andere lezers dat dat niet nodig was en dat klopt. De insteek en de sfeer zijn ook anders. Er is wat overlap, want het eerste hoofdstuk gaat over de jeugd van de schrijver in de jaren vijftig en zestig.
Het zijn woelige tijden in China en na de dood van Mao Zedong in 1976 verandert er veel in korte tijd. Twee jaar later hoort Jung bij de allereerste Chinese studenten die in het buitenland mogen gaan studeren: ze vertrekt met een groepje naar Londen. Het eerste jaar is dat nog vreselijk beschermd en ze mogen amper naar buiten. Jung rept met geen woord over moeite met de Engelse taal, terwijl ze eerder nog heeft verteld dat ze de enige van de studenten Engels was die na twee jaar het woord ‘toilet’ kende.
Na haar studie in Londen gaat Jung promotie-onderzoek doen en daarna wordt ze schrijver: eerst van Wilde zwanen en vervolgens werkt ze jarenlang aan een baanbrekende biografie van Mao. Ik vind het boeiend om te lezen over de achtergrond van Wilde zwanen. Ze vertelt dat het zo’n succes werd, omdat ze zich bij haar persoonlijke herinneringen en die van haar familie hield. Haar moeder hield haar bovendien voor dat Jungs kennis van de geschiedenis van het moderne China ernstig was beïnvloed door indoctrinatie, en dat haar boek behoed moest worden voor propaganda. Dat was dus goed gelukt.

Het ironische is dat dit boek me zo tegenvalt omdat ze het juist niet alleen bij haar persoonlijke ervaringen houdt. Haar chronologisch vertelde herinneringen aan deze jaren worden vaak onderbroken door terugblikken naar het verleden, zowel aan haar eigen familiegeschiedenis als belangrijke Chinese historische gebeurtenissen en politiek. Ik vind het door die tijdssprongen erg lastig te volgen. Ik kan me niet zo lang concentreren op allerlei verhalen over wie Jung Chang allemaal wel niet heeft geïnterviewd voor haar boek over Mao en het duizelt me al gauw van de vele namen. De meer feitelijke stukken lees ik vluchtiger door tot er weer een wat persoonlijker gedeelte komt.
Ook erg jammer is dat ik de indruk heb dat vertaler Paul Syrier en de redacteurs onder tijdsdruk hebben moeten werken. De vertaling is over het algemeen goed leesbaar, maar op een aantal plekken niet zo mooi. En ik ben heel wat typfoutjes tegengekomen, met als dieptepunt de zinsnede ‘de as van overlevenden’.
Dit boek heeft me teleurgesteld. Toch wil ik nog wel een keer een historische roman van Jung Chang lezen: misschien die over keizerin Cixi, of nog eens Wilde zwanen… zou ik er dan weer zo door gegrepen worden?