
In het Rijksmuseum in Amsterdam is momenteel een boeiende tentoonstelling over het dagelijkse leven in de zeventiende eeuw. Onder de titel Thuis in de 17de eeuw is ook een mooi boek verschenen. De tentoonstelling volgt losjes een dagindeling, terwijl het boek per hoofdstuk een ander thema belicht, zoals huis, lichaam, maaltijd en werk. Daarnaast zijn er nog wat korte hoofdstukken over bijzondere gebeurtenissen zoals huwelijk, geboorte en winterfeesten.

De teksten in de tentoonstelling en in het boek zijn toegankelijk geschreven. Elk hoofdstuk in het boek begint met een waargebeurde anekdote, waardoor ik meteen geboeid verder lees. Het is goed te volgen voor leken zoals ik. Er zijn eindnoten voor wie meer wil weten over de vele bronnen. Sara van Dijk en haar collega’s hebben een heldere schrijfstijl en zijn kampioen in het maken van logische bruggetjes tussen alinea’s. Het boek staat vol met foto’s van voorwerpen en schilderijen. In het museum kan je zien hoe groot iets in het echt is en de details bestuderen.

Drie grote poppenhuizen vormen belangrijke bronnen. Deze waren namelijk niet bedoeld als speelgoed, maar rijke dames hadden ze om het ideale leven te verbeelden. In deze miniatuurhuizen zijn ook gebruiksvoorwerpen staan waarvan de grote versies niet bewaard zijn gebleven, zoals rieten manden. Bovendien is hierin alles in hun samenhang en context te zien. Met name kostbare voorwerpen zijn wel bewaard gebleven. Bij opgravingen zijn beerputten blootgelegd, waarin mensen hun kapotte spullen weggooiden. Een belangrijke schriftelijke bron vormen dagboeken en aantekeningen van bijvoorbeeld Maria van Nesse.
Uit deze bronnen kan van alles worden afgeleid: wat mensen deden, waardoor ze zich lieten inspireren en wat indruk op ze maakte. De kerk speelde een grote rol. Na de reformatie waren de meeste mensen lid van de gereformeerde kerk. Maar in de Nederlanden werden andere religies toegestaan, zolang het maar niet te opzichtig werd geuit. Daarom woonden er onder anderen veel joden die waren gevlucht uit het zuiden en er waren ook Rooms-katholieken.

Voor het huishouden maakte dat weinig uit: iedereen moest schoonmaken en de was doen. Dat was een hele klus en de benodigdheden zoals handbezems, een mangel en een pers zijn te zien in de tentoonstelling. Over lichaamsverzorging dacht men anders dan nu. Jezelf met water wassen werd als ongezond gezien. Mensen trokken wel regelmatig een schoon onderhemd aan. Haren werden niet gewassen, maar wel gekamd. Spiegels en kammen van rijke mensen zijn bewaard gebleven.
De tentoonstelling Thuis in de 17de eeuw is nog te zien tot en met 11 januari 2026. Daarna zullen de twee poppenhuizen weer naar hun gebruikelijke plek in het Rijksmuseum gaan, dus je kunt ze daar altijd nog gaan bekijken.
