De ijsdragers – Anna Enquist

Waarom spreekt het ene verhaal je wel aan en het andere niet? Op een druilerige zondag lees ik de laatste bladzijden van Het einde van de eenzaamheid van Benedict Wells. Het leest makkelijk, maar de personages zijn niet echt tot leven gekomen in mijn hoofd. Ik heb geen zin om erover te bloggen en wel behoefte aan iets heel anders. Dus ik wandel naar de boekenkast en pak De ijsdragers van de plank waar het al een tijdje staat te wachten.

Zandgrond had ze altijd gehaat hoewel veel mensen er hoog van op gaven. Het zou goed zijn voor de huid en heilzaam voor de luchtwegen. Zij verafschuwde de nonchalant neergewaaide duinen met hun kwaadaardige helmgras, ze verachtte het element dat zich zo gemakkelijk door de wind liet verspreiden, dat zo machteloos de reddende regen door zich heen liet sijpelen en zich zo kritiekloos leende voor toepassing als schuurmiddel of tijdmeter. Als kind stond zij op het strand te kijken hoe de wind enorme zandstrepen voortjoeg, zo’n tien centimeter boven de grond; ze voelde de korrels prikken tegen haar kuiten en lachte. Zinloze opwinding, kinderachtig geweld.

Dit voelt anders; het spreekt me direct aan met die natuurmetaforen. Aan het woord is Loes, docent klassieke talen, echtgenote van Nico. En moeder van Maj. Maar die komt pas later ten tonele. Eerst gaat het over het werk van Nico, die psychiater is en directeur wordt. In de even hoofdstukken lees je vanuit zijn perspectief over de ggz-instelling waarin hij alles wil veranderen. Ondertussen stort Loes zich op de tuin, waar ze ondanks de zandgrond iets van wil maken.

Verder lezen

Leesreis door de provincies: Zuid-Holland

Dubio is een dubbelroman. Tweederde van het boek speelt zich af aan het begin van de elfde eeuw en daarna verspringt het verhaal naar onze tijd. Het begint in 1014, als Flardinga (juist, Vlaardingen) al een levendige plaats is waar veel schepen voorbijkomen. De handel is de reden dat mensen toch in die moerassige omgeving gaan wonen. Bernulf woont met zijn ouders en nog een paar familieleden in hun herberg. Hij is een tiener die het liefst met een bootje het veengebied in gaat, om te jagen samen met zijn hond en roofvogels. Op een dag treft hij een zwaargewond meisje aan en hij neemt haar mee naar huis. Daar wordt ze liefdevol verzorgd door Bernulfs moeder, die altijd al een dochter had willen hebben. Het meisje knapt langzaam op, maar praten lukt haar niet. Ze kan ook niet duidelijk maken waar ze vandaan kwam. Het enige wat ze nog weet is dat ze Germaine heet.

Verder lezen

Happiness – Aminatta Forna

Op de Waterloo Bridge in Londen botsen twee mensen tegen elkaar op. De ene is Jean, oorspronkelijk Amerikaanse, onderzoeker naar vossen in de stad. De andere is Atilla, een lange Ghanese psychiater die in Engeland is voor een conferentie over PTSS. Toevallig komen ze elkaar later nog eens tegen en leren ze elkaar kennen. Dit wordt geïllustreerd door veel flashbacks naar korter en langer geleden, waardoor je als lezer steeds meer over hun leven te weten komt.

Naast het vossenonderzoek verdient Jean haar brood door stadstuintjes voor anderen te ontwerpen. Ze had zich namelijk een beetje verrekend in de kosten van het wonen in Londen. Toch heeft ze een huis gevonden met een dakterras, wat ze zorgvuldig heeft ingericht met bloemen en planten en waar ze zelfs groenten verbouwt. Aminatta Forna gebruikt veel details om haar vertelling kleur te geven. Ik vind het fijn om te lezen over alle dieren die in de stad leven: naast de vossen zijn er vogels, huisdieren en insecten.

Atilla reist veel om lezingen te geven over zijn ervaringen met de behandeling van mensen met oorlogstrauma’s. Door zijn Afrikaanse wortels heeft hij een andere kijk op het leven dan veel collega-psychiaters, wat mooie filosofische gedachten oplevert. Verder lezen

Papegaai vloog over de IJssel – Kader Abdolah

Kader Abdolah is één van mijn lievelingsschrijvers. Toch was het al jaren geleden dat ik een boek van hem gelezen had, zoals het prachtige Het huis van de moskee. Mijn leesreis door de provincies brengt me bij Papegaai vloog over de IJssel, wat het ideale boek hiervoor is, want het speelt zich af in Zalk en Zwolle en Kampen. Hierdoor leerde ik dat er een paar plaatsen ten westen van de IJssel zijn die toch bij Overijssel horen.

Op de eerste bladzijde weet ik al dat dit een goed boek is. Een man komt met zijn dove dochtertje aan op Schiphol. Hij heeft onderweg zijn paspoort in stukjes gescheurd en door de wc gespoeld, want het was vals. Nu zal hij proberen asiel aan te vragen in Nederland. Dat doet hij vooral om medische hulp te krijgen voor zijn dochter, die zes jaar is en ernstige hartproblemen heeft. Het is dus meteen vreselijk spannend.

Vader Memed en dochter Tala krijgen vanwege de medische problemen een huisje toegewezen in Zalk en ze hoeven niet in een asielzoekerscentrum. Dit speelt zich af in de jaren negentig. Er is al wel wat weerstand tegen vreemdelingen, vooral in dit dorp waar een hechte gemeenschap woont met de hervormde kerk als middelpunt. Maar de dominee houdt een preek waarin hij de dorpelingen voorhoudt wat de bijbel zegt over hoe je om moet gaan met vreemdelingen: gastvrij en behulpzaam. Verder lezen

Nicolas en de verdwijning van de wereld – Anne Eekhout

Terwijl Nicolas in een stripboek over zijn favoriete superheld leest, kijkt zijn moeder naar een soap. Opeens wordt het programma onderbroken door een nieuwsbericht. De premier komt in beeld. Ze vertelt dat een superzwaar zwart gat op weg is naar ons zonnestelsel. Deskundigen hebben berekend dat de kans groot is dat de aarde in haar geheel wordt opgeslokt. In het begin merkt Nicolas er nog niet veel van, maar langzamerhand wordt de situatie onheilspellender. Na een tijdje komt er geen water meer uit de kraan en later is er ook geen stroom meer. Waarom zou je ook nog gewoon naar je werk gaan, als alles over een paar maanden toch ophoudt?

Ik heb enorm uitgekeken naar het derde boek van Anne Eekhout, omdat ik Dogma en Op een nacht zo goed vond. En dan komt ze ook nog met dit boeiende thema. Haar schrijfstijl is weer net zo pakkend, met rake observaties. Nicolas ziet alles, maar oordeelt niet. Ik ervaar het lezen deze keer als minder compact, terwijl er toch weer zoveel in zit. Annes typische grimmige sfeer ligt vlak onder de oppervlakte van het gewone leven.

Verder lezen

Van de koele meren des doods – Frederik van Eeden

Van de koele meren des doods werd voor het eerst gepubliceerd in 1900. Ik leerde erover op school, maar Frederik van Eeden kwam niet op mijn lijst voor het examen. Maar nu is er een toneelstuk van dit boek gemaakt, van dezelfde regisseur als Eline Vere, waarvoor ik eerder al naar de schouwburg ging. De datum van de uitvoering is een goede stok achter de deur om me aan deze klassieker te wagen.

In het begin moet ik even wennen aan de ouderwetse schrijfstijl, inclusief oude spelling met sch’s en dubbele oo’s. Maar het elegante, zwierige taalgebruik vind ik erg mooi. Van Eeden beschrijft de natuur op een prachtige wijze. Dit is iets waar hoofdpersoon Hedwig ook van kan genieten, ondanks haar sombere buien, die al beginnen als ze nog jong is. Als Hedwig veertien jaar is, overlijdt haar moeder. Haar vader is aan de drank, maar het gezin is rijk en het ontbreekt Hedwig aan niets. Toch snakt ze naar meer:

Maar nu werd ook de doodsche saaiheid der gewone dingen zoo grimmig en sterk dat zij het zich onmiddellijk bewust werd en begreep dat zij leed. Haar eerste gewaarwording was die van vermoeienis onder het gewone

Verder lezen

Leesreis door de provincies: Limburg

Ik leerde mijn vader pas kennen toen hij dood was. We zaten op de binnenplaats aan tafel. De hitte hing als een beschonken kerel over ons heen en we dronken grenadine die in de kelder gekoeld was omdat de koelkasten de weg nog niet hadden gevonden naar de keukens, waar in die dagen grote kolenfornuizen stonden en lange tafels met veel stoelen, omdat de gezinnen nog omvangrijk waren.
Op die zomeravond, toen de herfst al aan het daglicht begon te likken, zaten mijn tantes verhalen te vertellen over mensen die voor mij geen gezicht hadden omdat ik ze nog nooit had gezien.

Mijn belangstelling is meteen gewekt door deze eerste zinnen van Het huis van de zeven zusters. De verteller is Emma, die dertien jaar is ten tijde van deze scène. Zij is de dochter van Martha, de oudste van zeven zussen die samen werken in hun bakkerij. In dit boek vertelt ze wat ze van haar tantes heeft gehoord over haar familiegeschiedenis. Verder lezen